ECLI:NL:RBDHA:2023:12986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning regulier mensenhandel
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag om een verblijfsvergunning regulier mensenhandel is afgewezen. De staatssecretaris had eerder de bezwaren van verzoekster ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing gehandhaafd.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De voorzieningenrechter overwoog dat er inmiddels een uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.12230), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.