Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Verweerder besloot deze bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. Verzoeker stelde beroep in en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder geen bevoegdheid heeft om de tijdelijke bescherming van deze categorie derdelanders te beëindigen, zoals ook in drie pilotzaken op 30 augustus 2023 was geoordeeld. Vanwege de spoedeisendheid en de verwachte stroom van soortgelijke beroepen is het niet mogelijk in elke zaak afzonderlijk te toetsen of verzoeker daadwerkelijk opvang of werk verliest.
Daarom wordt het besluit geschorst en moet verweerder verzoeker blijven aanmerken als begunstigde van de RTB, met voortzetting van de verstrekte voorzieningen en rechten, totdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.