ECLI:NL:RBDHA:2023:13028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en leeftijdsbepaling
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Verweerder baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de EU-Vis registratie, die meerderjarigheid van eiser vaststelt, leidend is en dat een schouw niet noodzakelijk was.
Eiser stelde dat het claimverzoek niet tijdig naar Denemarken was gestuurd, maar de rechtbank stelde vast dat het verzoek binnen de termijn van twee maanden na de asielaanvraag is verzonden, waardoor het tijdig was. Daarnaast voerde eiser aan dat er een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Denemarken bestaat dat indirect refoulement zou veroorzaken. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende concrete en actuele informatie had overgelegd om dit te onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aan zijn bewijslast voldeed om aan te tonen dat het Deense beleid en de rechterlijke bescherming onvoldoende zijn. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft Denemarken verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en Denemarken blijft verantwoordelijk.