ECLI:NL:RVS:2022:1862
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag Syrische vreemdeling
De zaak betreft een Syrische vreemdeling die een asielaanvraag indiende in Nederland, maar waarbij de staatssecretaris deze niet in behandeling nam vanwege een eerdere asielaanvraag in Zweden. De Zweedse autoriteiten bevestigden te laat op het verzoek tot terugname te hebben gereageerd, waardoor zij verplicht zijn de vreemdeling terug te nemen. De vreemdeling stelde dat hij daardoor indirect risico loopt op refoulement naar Syrië, wat verboden is onder artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest.
De rechtbank had geoordeeld dat er sprake was van een verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zweden, en dat de staatssecretaris daarom nader onderzoek moest doen naar het risico op indirect refoulement. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat dit onterecht was, omdat het verschil in beleid op zichzelf geen tekortkoming in de Zweedse asielprocedure bewijst en dat de vreemdeling concrete aanwijzingen moest leveren dat ook de Zweedse rechter hem niet zal beschermen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader onderzoek verplicht was, omdat de vreemdeling onvoldoende concrete aanknopingspunten had geleverd over het oordeel van de hoogste Zweedse rechter. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris ongegrond.