ECLI:NL:RBDHA:2023:13042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar in Belarus
Eiser, van Belarussische nationaliteit, verzocht asiel met het argument dat hij vanwege politieke activiteiten en contacten met een presidentskandidaat in Belarus vervolgd zou worden. Hij stelde dat hij pamfletten had verspreid en dat zijn vrienden daarvoor gevangenisstraffen hadden gekregen.
Verweerder achtte echter niet aannemelijk dat eiser daadwerkelijk in dezelfde gevangenis heeft gezeten als de presidentskandidaat, noch dat hij in negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Ook ontbraken overtuigende bewijzen voor de arrestatie en veroordeling van zijn vrienden en voor bezoeken van autoriteiten aan zijn familie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde om onder de risicogroep te vallen die bescherming verdient. Het vertrek van eiser zonder melding en het ontbreken van documenten die zijn vrees ondersteunen, wegen ook tegen hem. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.