ECLI:NL:RBDHA:2023:13094

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
4 september 2023
Zaaknummer
NL23.22046
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 17 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel

De rechtbank Den Haag heeft op 23 augustus 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De reden was dat Zwitserland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verweerder had een terugnameverzoek naar Zwitserland gestuurd, dat werd geaccepteerd.

Eiser voerde aan dat Zwitserland het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet verdient vanwege racisme en discriminatie jegens vluchtelingen van Afrikaanse afkomst, onderbouwd met rapporten van Amnesty International en een werkgroep van experts. De rechtbank oordeelde echter dat deze informatie onvoldoende was om het vertrouwensbeginsel te doorbreken, mede omdat Zwitserse autoriteiten erkenden dat er problemen zijn en actief maatregelen nemen.

Daarnaast stelde eiser dat bijzondere individuele omstandigheden, zoals familie en kennissen in Nederland, een reden waren om de asielaanvraag aan zich te trekken. De rechtbank vond deze omstandigheden niet zodanig bijzonder dat dit verplicht was. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.22046
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. I. Vugs).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De rechtbank heeft het beroep op 15 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. De reden daarvoor is dat volgens verweerder op grond van de Dublinverordening Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. In dit geval heeft verweerder een terugnameverzoek naar Zwitserland gestuurd. Zwitserland heeft dit verzoek geaccepteerd.
2. Eiser is het niet eens met dit besluit en heeft hiertegen beroepsgronden ingediend. De rechtbank bespreekt deze beroepsgronden hieronder.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
3. Eiser voert aan dat verweerder ten aanzien van Zwitserland ten onrechte uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zwitserland houdt zich volgens eiser namelijk niet aan zijn internationale verplichtingen, omdat er sprake is van racisme en discriminatie jegens vluchtelingen die niet afkomstig zijn uit Oekraïne. De Zwitserse autoriteiten treden ook niet handhavend op tegen deze discriminatie en racisme. Eiser verwijst hiervoor naar het International Report van Amnesty International, het Report of the Working Group of Expert on People of African Descent on its mission to Switserland van 4 oktober 2022 en
een ander rapport van Amnesty International, Switserland: Violance and racism in asylum centres run by private security companies van mei 2021.
4. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in het algemeen vanuit gaan dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen nakomt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft dit in de uitspraak van 4 november 20201 nog bevestigd. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat verweerder in zijn geval niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan gaan.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder ten aanzien van Zwitserland niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan gaan. De door eiser overgelegde informatie biedt daarvoor namelijk onvoldoende aanknopingspunten. Het rapport van Amnesty International, Switserland: Violance and racism in asylum centres run by private security companies van mei 2021 gaat over een onderzoek naar racisme in vijf federale asielzoekerscentra in Zwitserland. Voor dit onderzoek zijn 14 slachtoffers van racisme en 18 personen die tijdens hun werkzaamheden in deze asielzoekerscentra getuige waren van het racisme geïnterviewd. Het Report of the Working Group of Experts on People of African Descent on its mission to Switserland van 4 oktober 2022 bevat een overzicht van het huidige juridische, institutionele beleidskader en de maatregelen die zijn genomen om racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en de daarmee samenhangende onverdraagzaamheid van mensen van Afrikaanse afkomst in Zwitserland te voorkomen. Uit het recente rapport van de werkgroep blijkt dat mensen van Afrikaanse afkomst in Zwitserland structureel te maken hebben met rassendiscriminatie. De gebeurtenissen die in het rapport worden vermeld zijn volgens de werkgroep geen incidenten, maar spreekt van alomtegenwoordigheid en straffeloosheid van wangedrag dat aangeeft dat er een ernstig systematisch probleem bestaat.
6. De rechtbank stelt voorop dat zij, gelet op de hiervoor aangehaalde informatie, de situatie waarin mensen van Afrikaanse afkomst in Zwitserland verkeren verontrustend vindt. Deze informatie leidt de rechtbank echter niet tot het oordeel dat er niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Uit de rapporten blijkt namelijk dat de Zwitserse autoriteiten de problemen waarmee mensen van Afrikaanse afkomst in Zwitserland te maken hebben, hebben erkend en dat de autoriteiten actief stappen ondernemen om de mensenrechten van mensen van Afrikaanse afkomst te garanderen. De rechtbank verenigd zich hierbij ook met de overwegingen van rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 21 april 2023.2 Mocht eiser toch problemen ervaren in Zwitserland ten aanzien van discriminatie, kan hij daarover klagen bij de Zwitserse autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen onmogelijk of bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.
Bijzondere individuele omstandigheden
7. Eiser stelt verder dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor verweerder de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich moet trekken. Eisers neef en kennissen verblijven namelijk in Nederland. Als eiser wordt overgedragen aan Zwitserland wordt eiser gescheiden van zijn
familie en kennissen. Het is dan moeilijk of onmogelijk dat eiser zijn familie kan bezoeken of zij hem. Voor burgers zonder een werkvergunning of een verblijfsvergunning is het moeilijk om langer dan drie maanden in Zwitserland te blijven en het is niet eenvoudig om aan zo'n vergunning te komen. Hierdoor getuigt de situatie van eiser van onevenredige hardheid.
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de omstandigheden die eiser heeft aangevoerd niet zo bijzonder en individueel zijn dat verweerder het asielverzoek daarom onverplicht aan zich toe moet trekken. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 augustus 2023

Documentcode: [documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.