ECLI:NL:RBDHA:2023:13304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid van bloedwraak en discriminatie in Bosnië en Herzegovina
Eisers, allen van Roma afkomst en staatsburgers van Bosnië en Herzegovina, vroegen asiel aan met het argument dat zij gevaar lopen vanwege hun etniciteit en een vermeende bloedwraak vanwege een moord gepleegd door hun (groot)vader. Daarnaast voerden zij medische problemen aan als reden voor bescherming.
De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat de vrees voor bloedwraak niet aannemelijk was gemaakt en er geen bewijs was dat de Bosnische autoriteiten niet bereid of in staat zouden zijn hen te beschermen. Ook werd vastgesteld dat eisers onvoldoende inspanningen hadden verricht om hulp te verkrijgen op het gebied van huisvesting, werk en gezondheidszorg.
De rechtbank bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst geldt. De algemene discriminatie van Roma werd erkend, maar er was geen bewijs dat eisers persoonlijk gevaar liepen of systematisch werden vervolgd. Medische problemen van een van de eisers boden geen grond voor bescherming, mede omdat zij staatsburgers zijn met toegang tot de gezondheidszorg in hun land.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de voorlopige uitstel van vertrek werd beperkt tot maximaal zes maanden, in afwachting van een ambtshalve beoordeling. De rechtbank gaf geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van bloedwraak, discriminatie en medische gronden.