Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Verzoeker heeft vervolgens bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening om de bezwaarprocedure in Nederland af te wachten.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of er sprake is van procesbelang. Uit een brief van verweerder blijkt dat verzoeker sinds 13 augustus 2024 door het COA staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van verzoeker is verzocht te reageren, maar heeft niet gereageerd.
Op grond van vaste rechtspraak volgt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact met zijn gemachtigde, geen belang meer heeft bij de bescherming in Nederland. De rechtbank concludeert dat verzoeker niet langer prijs stelt op een uitspraak en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.