ECLI:NL:RBDHA:2023:13309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eisers, allen van Jordaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de asielaanvragen volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft onderzocht of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië nog steeds kan worden toegepast. Gezien de toezeggingen van Kroatische autoriteiten en het ontbreken van concrete aanwijzingen over pushbacks of fundamentele systeemfouten, concludeert de rechtbank dat de staatssecretaris terecht van dit vertrouwensbeginsel uitgaat.
Eisers voerden aan dat bijzondere individuele omstandigheden, waaronder de zorg voor een ernstig zieke zus in Nederland, toepassing van artikel 16 of Pro 17 van de Dublinverordening rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt echter dat deze afhankelijkheidsrelatie onvoldoende is onderbouwd met medische stukken en dat de overige omstandigheden geen aanleiding geven tot het aannemen van een onevenredige hardheid.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvragen niet in behandeling te nemen. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen blijft in stand.