Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep van eiser op 13 juni 2023 behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was.
De kern van het geschil betrof de vraag of Kroatië systeemfouten vertoont in de asielprocedure, waardoor overdracht niet mogelijk zou zijn. De rechtbank overwoog dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt, waarbij de staatssecretaris mag vertrouwen op de Kroatische autoriteiten tenzij objectieve informatie het tegendeel bewijst. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die pushbacks in Kroatië als fundamentele systeemfouten kwalificeerden, maar stelde dat deze niet specifiek betrekking hebben op Dublinclaimanten.
De staatssecretaris had nader onderzoek gedaan, waarbij Kroatië garanties gaf over de behandeling van Dublinclaimanten. De rechtbank vond deze garanties voldoende gemotiveerd en concludeerde dat de staatssecretaris terecht van het interstatelijke vertrouwensbeginsel mocht uitgaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag bleef niet in behandeling genomen.