ECLI:NL:RBDHA:2023:13407

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 september 2023
Publicatiedatum
6 september 2023
Zaaknummer
AWB 23/842
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen mvv-aanvraag ongegrond verklaard

Opposante maakte pro forma bezwaar tegen het niet afgeven van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid. De rechtbank kwalificeerde dit bezwaar als een beroep tegen het niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag en verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het binnen de termijn van twee weken na ingebrekestelling werd ingediend.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposante verzet in. De rechtbank beoordeelde in het verzet uitsluitend of de eerdere beslissing terecht was genomen zonder zitting, waarbij het oordeel buiten redelijke twijfel moest staan.

Opposante stelde dat het bezwaar ten onrechte als een beroep niet tijdig beslissen was aangemerkt. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar terecht als zodanig was gekwalificeerd en dat het beroep prematuur was ingediend, waardoor het verzet ongegrond werd verklaard.

De uitspraak van 31 mei 2023 bleef daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/842 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2023 op het verzet van

[naam] , opposante

geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
mede namens haar minderjarig kind
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
V-nummer: [nummer]
allen van Marokkaanse nationaliteit.

Procesverloop

Opposante heeft bij brief van 12 januari 2023 pro forma bezwaar gemaakt bij de rechtbank wegens het niet afgeven van de machtiging tot voorlopige verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) van 4 oktober 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris). De rechtbank heeft dit bezwaar aangemerkt als een beroep niet tijdig beslissen op de mvv aanvraag.
Bij uitspraak van 31 mei 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
De rechtbank heeft het verzet op 28 augustus 2023 op zitting behandeld. Opposante heeft zich laten vertegenwoordigen door referent. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Mikolajczyk.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de termijn van twee weken die in de ingebrekestelling van 28 januari 2023 staat, nog niet voorbij was toen opposante het beroepschrift indiende.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat per abuis pro forma bezwaar is gemaakt tegen het niet afgeven van de mvv aanvraag. Deze brief is door de rechtbank ten onrechte aangemerkt als een beroep niet tijdig beslissen.
4. In wat opposante heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 31 mei 2023. De rechtbank stelt vast dat de brief van opposante van 12 januari 2023 terecht is aangemerkt als een beroep niet tijdig beslissen, omdat bezwaar maken tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet meer nodig is. Dit beroep is ingediend voordat de twee weken termijn na de ingebrekestelling van 28 januari 2023 voorbij was. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier is verhinderd
rechter
de uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.