ECLI:NL:RBDHA:2023:13417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, ingediend door haar referent. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht toegewezen.
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk op 29 maart 2023 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiseres stelde verweerder op 25 mei 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 27 juli 2023 het beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het hier een bijzonder geval betreft en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.