ECLI:NL:RBDHA:2023:13439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse vreemdeling wegens ongeloofwaardige cultlidmaatschap en onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vrees voor vervolging door een cult en een mensenhandelaar. Hij stelde dat hij lid was van de Junior Vikings Confraternity en problemen had met deze cult, waaronder een schietincident en verkrachting van zijn zus door cultleden. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat de verklaringen van eiser over zijn cultlidmaatschap ongeloofwaardig waren en hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van eisers lidmaatschap van de cult in twijfel trok, mede vanwege inconsistenties in zijn verklaringen over het logo en de uniforms, en het ontbreken van een overtuigende toelichting waarom hij als niet-student toch lid was. Ook waren de verklaringen over de problemen met de cult onvoldoende onderbouwd. Verder was het niet aannemelijk dat eiser onterechte strafrechtelijke vervolging of represailles van de mensenhandelaar zou ondervinden.
De rechtbank concludeerde dat geen van de beroepsgronden slaagde en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende risico op ernstige schade.