ECLI:NL:RVS:2017:7
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De staatssecretaris heeft aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel afgewezen en geweigerd uitzetting achterwege te laten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn beoordeling van het asielrelaas deugdelijk had gemotiveerd en dat het oordeel over de ongeloofwaardigheid van het verhaal terecht was. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling was verricht.
De vreemdelingen voerden onder meer aan dat zij als koptische christenen bescherming behoefden, maar dit werd niet onderbouwd en faalde. Ook was er geen aannemelijk risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Caïro. Medische bezwaren voor uitstel van vertrek werden eveneens niet gegrond bevonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunning worden bevestigd.