Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, zit sinds februari 2023 in vreemdelingenbewaring. Verweerder verlengde deze bewaring in augustus 2023 met maximaal twaalf maanden vanwege het ontbreken van een geldig reisdocument en het niet meewerken van eiser aan zijn uitzetting.
De rechtbank toetste of aan de voorwaarden voor verlenging was voldaan, waaronder het bestaan van voldoende gronden, de redelijkheid van de bewaring en zicht op uitzetting. Verweerder toonde aan dat eiser geen geldig document bezit en onvoldoende meewerkt aan het verkrijgen daarvan, terwijl de Marokkaanse autoriteiten een vervangend reisdocument in behandeling hebben.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onredelijk bezwarend is en dat verweerder voortvarend handelt. Het beroep tegen de verlenging werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.