ECLI:NL:RBDHA:2023:13577
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 25 augustus 2023 uitspraak gedaan over het voortduren van de maatregel van bewaring die op 7 mei 2023 aan eiseres is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was reeds viermaal eerder getoetst en telkens als rechtmatig beoordeeld.
Eiseres stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in het proces van uitzetting naar China, onder meer door het ontbreken van een persoonlijk gesprek met de Chinese autoriteiten en het late indienen van een nieuwe laissez-passer aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk voldoende voortvarend had gehandeld, onderbouwd met een voortgangsrapportage en het feit dat op 15 augustus 2023 een vertrekgesprek plaatsvond waarbij eiseres volledige adresgegevens verstrekte.
Daarnaast stelde eiseres dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de staatssecretaris in afwachting van het resultaat van de nieuwe laissez-passer aanvraag de bewaring mocht voortzetten. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is, de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt en dat er geen aanleiding is voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft rechtmatig voortduren.