ECLI:NL:RBDHA:2023:13589
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 23 juni 2023 aan hem is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was eerder door de rechtbank getoetst bij uitspraak van 10 juli 2023, waarbij de rechtmatigheid werd bevestigd.
De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en de zaak zonder zitting behandeld. De beoordeling richt zich op de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 4 juli 2023. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende uitzettingshandelingen had verricht en dat onduidelijkheid bestond over de wijze van uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld door meerdere rappelleringen bij de Malinese autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek met eiser. Het uitblijven van reactie van de ambassade van Mali leidt niet tot het oordeel dat uitzetting uitzichtloos is. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel als onrechtmatig te beschouwen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.