ECLI:NL:RBDHA:2023:16583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd reeds eerder door de rechtbank getoetst en het huidige beroep betreft een tweede vervolgberoep.
De staatssecretaris had een voortgangsrapportage te laat ingediend, maar de rechtbank verbindt hieraan geen gevolgen omdat eiser schriftelijk heeft kunnen reageren en zijn standpunt tijdens de zitting kon toelichten. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende uitzettingshandelingen had verricht, maar de rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door rappelleren bij de Malinese autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het onderzoek rechtmatig is en dat er geen zicht is op het ontbreken van uitzettingsmogelijkheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.