ECLI:NL:RBDHA:2023:13659
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Marokko wegens ontbreken rechtmatig verblijf in België
Verzoeker zit in vreemdelingenbewaring en is geïnformeerd over zijn uitzetting naar Marokko op 1 september 2023. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen deze uitzetting en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of de uitzetting tijdelijk verboden moet worden.
Verzoeker stelde dat de vluchtgegevens te laat aan zijn gemachtigde zijn doorgegeven, wat zijn belangen schaadt. Dit betoog wordt verworpen omdat verzoeker zelf tijdig op de hoogte was en in staat was bezwaar te maken. Daarnaast voert verzoeker aan dat hij rechtmatig in België verblijft vanwege een lopende verblijfsaanvraag, maar de rechtbank Roermond heeft dit reeds afgewezen en geoordeeld dat dit de uitzetting niet verhindert.
Verder maakt verzoeker een beroep op het recht op gezins- en privéleven (artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 Handvest Pro EU) en de Terugkeerrichtlijn, maar deze gronden worden niet aanvaard omdat de staatssecretaris en rechtbank dit reeds hebben getoetst en bevestigd. Ook het verzoek om uitstel van uitzetting om persoonlijke spullen te regelen wordt afgewezen omdat verzoeker voldoende tijd had om zich voor te bereiden.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris mag verzoeker uitzetten naar Marokko. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Marokko wordt afgewezen.