Eiser, een Indiase nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan in Nederland na deelname aan een boerenprotest en vermeende aanvallen door aanhangers van de Shiv Sena partij. Hij stelde dat hij lid was van de Khalistan beweging en vreesde vervolging bij terugkeer naar India. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de problemen met Shiv Sena onvoldoende geloofwaardig waren, mede omdat de bron van de ondersteunende verklaring onduidelijk was en eiser wisselende verklaringen gaf over zijn vrees. Ook het feit dat eiser na incidenten terugkeerde naar India en geen officiële aangifte deed, onderbouwde de ongeloofwaardigheid.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet gedwongen was asiel aan te vragen, aangezien hij niet in het bezit was van een geldig visum voor Suriname en daarom niet kon reizen. De rechtbank wees het beroep af en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Proceskosten werden niet toegekend.