ECLI:NL:RVS:2023:2755
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor Indiase vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 april 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, met de Indiase nationaliteit, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juli 2023 de afwijzing bevestigde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat India is aangewezen als een veilig land van herkomst, waardoor wordt aangenomen dat de autoriteiten daar in beginsel bescherming bieden tegen vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De vreemdeling moest aannemelijk maken dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos zou zijn, maar hierin is hij niet geslaagd. Het hoger beroep bevatte geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken, zodat geen nadere motivering nodig was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.