ECLI:NL:RVS:2023:2755

Raad van State

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
19 juli 2023
Zaaknummer
202304292/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor Indiase vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 april 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, met de Indiase nationaliteit, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juli 2023 de afwijzing bevestigde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.

De Raad van State overwoog dat India is aangewezen als een veilig land van herkomst, waardoor wordt aangenomen dat de autoriteiten daar in beginsel bescherming bieden tegen vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De vreemdeling moest aannemelijk maken dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos zou zijn, maar hierin is hij niet geslaagd. Het hoger beroep bevatte geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken, zodat geen nadere motivering nodig was.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.

Uitspraak

202304292/1/V2.
Datum uitspraak: 19 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 juli 2023 in zaak nr. NL23.13019 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 5 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R. Akkaya, advocaat te Helmond, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling heeft de Indiase nationaliteit. Omdat India is aangewezen als veilig land van herkomst moet ervan worden uitgegaan dat de autoriteiten daar in beginsel bescherming bieden tegen vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het vragen van bescherming bij eventuele problemen voor hem gevaarlijk of bij voorbaat zinloos is (uitspraak van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474, onder 5.1). De rechtbank heeft terecht overwogen dat de vreemdeling hierin niet is geslaagd.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2023
897