ECLI:NL:RBDHA:2023:13826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf en oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 16 mei 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 14 november 2022 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is echter verstreken zonder besluit.
Eiser stelde de staatssecretaris op 29 november 2022 rechtsgeldig in gebreke en diende op 17 januari 2023 het beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €184.
Uitkomst: De rechtbank legt een termijn van twintig weken op voor het alsnog nemen van een besluit en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.