ECLI:NL:RBDHA:2023:13830
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 9 december 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 7 juni 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn werd echter overschreden zonder besluit.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 23 juni 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 27 juli 2023 het beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, verbeurt de staatssecretaris een dwangsom van € 100, met een maximum van € 7.500. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50. Het verzoek tot griffierechtvrijstelling wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.