ECLI:NL:RBDHA:2023:13832
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 21 december 2022 en de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, verstreek op 19 juni 2023 zonder besluit.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 22 juni 2023 en het verstrijken van twee weken, werd het beroep op 27 juli 2023 ingesteld. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en stelt vast dat verweerder nog niet inhoudelijk naar de aanvraag heeft gekeken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom van € 100 per dag op, met een maximum van € 7.500, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres en het griffierecht.
De rechtbank motiveert de langere termijn met verwijzing naar eerdere jurisprudentie en het bijzondere karakter van aanvragen voor gezinshereniging bij houders van een asielvergunning. Deze uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van twintig weken op voor het nemen van een besluit en een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding.