ECLI:NL:RBDHA:2023:13833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn, die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 maximaal 180 dagen bedraagt, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om vrijstelling van griffierecht definitief toe en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden rond gezinshereniging bij asielvergunninghouders, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. Verweerder krijgt twintig weken de tijd om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder heeft reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen verbeurd. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier S.C. Spruijt en is zonder zitting gewezen. De rechtbank verwijst voor de motivering naar eerdere jurisprudentie en hanteert de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als richtlijn voor de termijnbepaling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt twintig weken om alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.