Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
[naam03] ,
[naam04] ,
en
[naam05] ,
hierna te noemen: de stiefvader,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van een gecertificeerde instelling om op grond van artikel 1:265e BW het gezag over een minderjarige gedeeltelijk over te hevelen voor het inschrijven op een basisschool en het opvragen van medische informatie. De vader, die samen met de moeder het gezag heeft, weigert medewerking en heeft het contact met de kinderen en de gecertificeerde instelling verbroken.
De kinderrechter overweegt dat hoewel artikel 1:265e BW strikt genomen alleen geldt bij uithuisplaatsing, analoge toepassing in deze situatie gerechtvaardigd is omdat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en onder toezicht staan. De rechter oordeelt dat de gecertificeerde instelling het gezag mag uitoefenen voor de schoolinschrijving van de minderjarige voor het schooljaar 2023-2024.
Het verzoek om het gezag te verkrijgen voor het opvragen van medische informatie wordt afgewezen omdat de situatie niet voldoet aan de vereisten van artikel 1:265h BW en er geen andere rechtsgrond is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De gecertificeerde instelling krijgt gedeeltelijk gezag voor de schoolinschrijving van de minderjarige, het verzoek voor het opvragen van medische informatie wordt afgewezen.