Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Roosendaal,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 juni 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Uit een verbroken relatie van de ouders is in 2011 een minderjarige geboren die gezamenlijk onder gezag staat van de vader en moeder. De minderjarige is onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling (GI) en verblijft bij de vader op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing.
De GI gaf bij schriftelijke aanwijzing aan de moeder de opdracht om de inschrijving van de minderjarige op een bepaalde school te ondertekenen. De moeder verzocht de rechtbank om deze schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek af en verleende de GI vervangende toestemming. Het hof bevestigde deze beslissingen in hoger beroep.
De moeder stelde in cassatie dat de GI niet bevoegd was om via de geschillenregeling (art. 1:262b BW) of schriftelijke aanwijzing (art. 1:263 BW Pro) de inschrijving af te dwingen, omdat de GI de route van gedeeltelijke gezagsoverheveling (art. 1:265e BW) had moeten volgen, die meer rechtsbescherming biedt.
De Hoge Raad oordeelt dat wanneer de GI de weg van art. 1:265e BW openstaat, zij niet bevoegd is om via art. 1:262b of 1:263 BW de ouder te verplichten tot inschrijving. De rechtbank trad buiten haar bevoegdheid door de schriftelijke aanwijzing te handhaven en de GI vervangende toestemming te verlenen. De Hoge Raad vernietigt de eerdere beslissingen, verklaart de schriftelijke aanwijzing vervallen en de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek op grond van art. 1:262b BW.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt eerdere beslissingen en verklaart de schriftelijke aanwijzing vervallen en de GI niet-ontvankelijk in haar verzoek op grond van art. 1:262b BW.