ECLI:NL:RBDHA:2023:13944
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over beslistermijn machtiging voorlopig verblijf ongegrond verklaard
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft op 20 april 2023 het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij een nieuwe beslistermijn werd opgelegd.
Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet ingesteld, stellende dat ten onrechte een beslistermijn van twintig weken is opgelegd en dat haar de mogelijkheid is onthouden om op het oordeel te reageren. De rechtbank heeft het verzet behandeld zonder dat opposante of haar gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat zij op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak mocht doen omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. De rechtbank stelt vast dat het verzet zich niet richt tegen de gegrondverklaring van het beroep, maar slechts tegen de termijn die is opgelegd. De rechtbank bevestigt haar discretionaire bevoegdheid om in bijzondere gevallen een andere beslistermijn te bepalen dan de standaardtermijn.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het verzet gegrond te verklaren en handhaaft de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.