ECLI:NL:RBDHA:2023:13993

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 augustus 2023
Publicatiedatum
18 september 2023
Zaaknummer
NL23.20169
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013Artikel 17 DublinverordeningOpvangrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening Frankrijk

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een soortgelijke zaak op 1 augustus 2023 behandeld.

Eiseres stelde dat terugkeer naar Frankrijk zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege de opvangsituatie aldaar. Zij verwees naar nieuwsberichten over de opvang van asielzoekers in Frankrijk en haar intentie om naar Nederland te reizen vanwege familie en een veiligere omgeving.

De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk blijft gelden en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat hiervan moet worden afgeweken. De Franse autoriteiten hebben het verzoek om terugname aanvaard en garanties gegeven dat de asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.20169
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.20170, op 1 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door een waarnemer van haar gemachtigde, mr. A.D. Kupelian. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening1 is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland vastgesteld dat Frankrijk het verantwoordelijke land is en bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.
2. Eiseres voert aan dat zij bij terugkeer naar Frankrijk zal worden onderworpen aan een schending van artikel 3 EVRM Pro. Uit nieuwsberichten uit 2021 en 20222 volgt dat er niet
1. Verordening (EU) nr. 604/2013.
2 “ Hoe onze buurlanden omgaan met de opvang van asielzoekers (nos.nl)”, d.d. 30 oktober 2021, “Engeland wil dat Frankrijk vluchtelingen veel beter tegenhoudt: 'Weren van asielzoekers is politiek
of nauwelijks asielopvang is voor alle vluchtelingen. Het doel van eiseres was ook altijd al om naar Nederland te reizen, gelet op verblijf van familie in Nederland en een meer tolerante en veilige omgeving.
3. De rechtbank stelt voorop dat verweerder in zijn algemeenheid mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk. Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juni 2021 en van 9 maart 2022. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat in haar geval niet kan. Eiseres heeft verwezen naar nieuwsberichten over de opvangsituatie van asielzoekers in Frankrijk. De bronnen waar eiseres naar verwijst schetsen geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Frankrijk dan de informatie die de Afdeling eerder in haar uitspraken heeft betrokken. Deze bronnen bieden dan ook onvoldoende bewijs om aannemelijk te maken dat ten opzichte van Frankrijk niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Bovendien hebben de Franse autoriteiten middels het claimakkoord gegarandeerd het verzoek om internationale bescherming van eiseres in behandeling te zullen nemen. De Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn gelden ook ten aanzien van de asielprocedure in Frankrijk. Het is aan eiseres om zich bij voorkomende problemen te beklagen bij de (hogere) autoriteiten in Frankrijk, dan wel de daartoe geëigende instanties.
4. Verder heeft verweerder in de omstandigheden van eiseres geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening door de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen. Dat eiseres de intentie had om naar Nederland te reizen omdat familie van haar in Nederland woont, is niet een zodanig bijzondere omstandigheid dat verweerder een uitzondering had moeten maken en het asielverzoek van eiseres in behandeling had moeten nemen. De beroepsgrond slaagt niet.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
populair'(eenvandaag.avrotros.nl)”, d.d. 7 september 2021 en “Heel gewoon in Frankrijk: Asielzoekers op straat (Wyniasweek.nl)”, d.d. 3 september 2022.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 augustus 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.