Eiseres heeft op 29 augustus 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft zij de staatssecretaris op 15 maart 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 30 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door de staatssecretaris, is verstreken. Eiseres heeft de ingebrekestelling rechtsgeldig gedaan en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn sprake is van een bijzonder geval en legt een nieuwe beslistermijn op van acht weken, tenzij nader onderzoek noodzakelijk is, dan geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding.
De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442 en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 21 september 2023.