Eiseres heeft op 7 september 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Nadat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen had beslist, heeft eiseres de staatssecretaris op 16 maart 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 31 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn met drie maanden heeft verlengd, maar deze verlengde termijn inmiddels is verstreken. Eiseres heeft de ingebrekestelling rechtsgeldig gedaan en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij aanvragen om gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval en dat de staatssecretaris binnen een nader te bepalen termijn moet beslissen. Het dossier is compleet en nader onderzoek is niet nodig, zodat de staatssecretaris binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn en stelt zij de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €418,50.