Eisers hebben op 9 september 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinsleden in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en deze termijn met drie maanden verlengd. Eisers stelden de staatssecretaris op 16 maart 2023 in gebreke en dienden op 4 april 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is verstreken, de ingebrekestelling rechtsgeldig was en sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn sprake is van een bijzonder geval en stelt een nieuwe beslistermijn van acht weken vast.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eisers ad €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar bekendgemaakt.