ECLI:NL:RBDHA:2023:14242
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, verbleef in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. De staatssecretaris beëindigde haar recht op tijdelijke bescherming per 4 september 2023 en legde een terugkeerbesluit op met de verplichting Nederland binnen vier weken te verlaten.
Verzoekster reisde op 13 september 2023 vrijwillig naar Roemenië en vroeg vervolgens spoedige behandeling van haar verzoek om voorlopige voorziening. Zij wilde schorsing van het terugkeerbesluit en toegang tot Nederland op grond van een bevriezingsmaatregel uit een brief van de staatssecretaris van 2 september 2023.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen belang had bij het verzoek omdat zij Nederland vrijwillig had verlaten en de bevriezingsmaatregel niet op haar van toepassing was. Het verzoek om schorsing en toegang tot Nederland werd daarom afgewezen. Ook werd geen contact tussen de staatssecretaris en buitenlandse autoriteiten bevolen. De uitspraak werd zonder zitting gedaan wegens spoedeisend belang en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit en beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.