ECLI:NL:RBDHA:2023:14285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en het verzoek tot terugname door Roemenië is aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is vanwege de feitelijke situatie in Roemenië, waaronder geweld en discriminatie in opvanglocaties, en verwees naar een landenrapport van het US Department of State. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeem gerelateerde tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen.
De staatssecretaris heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiser en de overgelegde stukken. Ook is niet gebleken dat eiser geen toegang heeft tot klachtenprocedures in Roemenië. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het beroep ongegrond is.
De staatssecretaris hoeft de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en mag eiser overdragen aan Roemenië. Er worden geen proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag mag worden overgedragen aan Roemenië.