ECLI:NL:RBDHA:2023:12484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Roemenië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Roemenië nog kan worden aangenomen, ondanks de door eiser aangevoerde tekortkomingen in de opvangomstandigheden en het risico op pushbacks. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel, ondersteund door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en eerdere jurisprudentie van de rechtbank.
Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij als Dublinclaimant een reëel risico loopt op pushbacks of dat Roemenië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De aangehaalde rapporten en bronnen bieden onvoldoende concreet bewijs voor een afwijkend oordeel. Ook is niet gebleken dat eiser klachten heeft ingediend bij Roemeense autoriteiten over de naleving van EU-richtlijnen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de staatssecretaris in stand blijft en de overdracht van eiser aan Roemenië kan plaatsvinden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Roemenië blijft mogelijk.