ECLI:NL:RBDHA:2023:14325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser, een jongeman met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds juni 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of de voortzetting van deze maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 5 juli 2023 rechtmatig is.
Eiser betoogt dat de bewaring onevenredig zwaar is en dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. Hij wijst op zijn langdurige detentie en het ontbreken van een expliciete belangenafweging door verweerder. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom geen lichter middel volstaat, mede vanwege het gebrek aan actieve medewerking van eiser aan zijn terugkeer.
De rechtbank verwijst naar voortgangsrapportages waaruit blijkt dat de Nederlandse autoriteiten actief contact onderhouden met de Marokkaanse autoriteiten en dat er geen aanwijzingen zijn dat uitzetting onmogelijk is. Ook acht de rechtbank de bewaring niet onevenredig bezwarend gezien de belangenafweging tussen eiser en verweerder.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.