ECLI:NL:RBDHA:2023:19313
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De bewaring was opgeheven op 28 november 2023, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de rechtmatigheid van de bewaring vanaf 18 september 2023 tot de opheffing.
De eiser betwistte een gebrek aan medewerking aan zijn uitzetting naar Marokko en stelde dat het fundamentele belang bij invrijheidstelling niet was betrokken in de belangenafweging. Ook voerde hij aan dat er geen reëel zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de Marokkaanse ambassade zijn nationaliteit nog niet had bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die de voortzetting van de bewaring onevenredig maakten. Uit vertrekgesprekken bleek dat eiser niet meewerkte aan zijn uitzetting. De rechtbank achtte het zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn aanwezig en vond het opvragen van belgegevens gerechtvaardigd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.