Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft tegen het terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 22 maart 2023 behandeld.
Verzoeker stelde onvoldoende middelen te hebben om het griffierecht te betalen, waarop de rechtbank een vrijstelling toekende. Vervolgens heeft de rechtbank in de hoofdzaak het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en het verzoek werd afgewezen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand, vastgesteld op € 837,-. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Skerka en griffier E. Kersten op 23 mei 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.