Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser stelt zich subsidiair op het standpunt dat hij aan zijn terugkeerverplichting die voortvloeit uit het terugkeerbesluit van 10 augustus 2022, heeft voldaan. Hij stelt Europa te zijn uit gereisd en een periode in Turkije te hebben verbleven. Ter onderbouwing heeft hij een afschrift van het elektronische aanwezigheidssysteem overgelegd, waaruit blijkt dat hij op 31 oktober 2022 de werkplaats verlaten heeft. Gelet hierop ligt aan het bestreden besluit geen terugkeerbesluit ten grondslag, aldus eiser.
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3h. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Gelet op wat is overwogen in rechtsoverweging 14 en rechtsoverweging 21 bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten betreffende het bestreden besluit 2. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor 1).
Beslissing
www.rechtspraak.nl.