ECLI:NL:RVS:2023:3808

Raad van State

Datum uitspraak
16 oktober 2023
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
202306108/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 91 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en proceskosten

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 4 september 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg. Op 19 september 2023 verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en kende schadevergoeding toe aan de vreemdeling.

De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen deze uitspraak. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij werd bevestigd dat de rechtbank de proceskosten voor rechtsbijstand terecht heeft vastgesteld op € 837,00.

De Afdeling stelde vast dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, waardoor nadere motivering achterwege kan blijven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202306108/1/V3.
Datum uitspraak: 16 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 19 september 2023 in zaak nr. NL23.27929 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 4 september 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 19 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat te Sittard, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Gelet op artikel 1, onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage heeft de rechtbank de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand terecht vastgesteld op € 837,00.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2023
644