ECLI:NL:RBDHA:2023:14379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende schadevergoeding in hersteloperatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de hoogte van de aanvullende schadevergoeding in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Zij had reeds een compensatie ontvangen voor de jaren 2008-2010 vanwege fouten in de toeslagverlening. Eiseres vordert een hogere vergoeding voor diverse materiële schadeposten, waaronder vervangende opvangkosten, inkomensschade, aflossing van private schulden en financiële ondersteuning door haar meerderjarige dochter.
De Commissie Werkelijke Schade (CWS) adviseerde een aanvullende vergoeding van €57.315, gebaseerd op een zorgvuldige beoordeling van de materiële schade. Verweerder volgde dit advies en wees het bezwaar van eiseres af. De rechtbank bevestigt dat het aflossen van schulden en het aangaan van leningen niet kwalificeren als schade die voor compensatie in aanmerking komt. Ook kan de meerderjarige dochter geen zelfstandig recht op compensatie ontlenen aan de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank oordeelt dat het advies van de CWS zorgvuldig en gemotiveerd is en dat verweerder terecht van dit advies is uitgegaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en het verzoek om het dossier te overleggen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingebrekestelling. De rechtbank benadrukt dat schulden en leningen niet als schade worden beschouwd en dat de hersteloperatie toeslagen gescheiden trajecten kent voor schadeafhandeling en schuldregeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat aflossen van schulden en leningen geen compensabele schade vormen binnen de hersteloperatie kinderopvangtoeslag.