ECLI:NL:RBDHA:2023:14524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met dwangsom opgelegd
Eiser diende op 8 maart 2022 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De beslistermijn van zes maanden werd verlengd met negen maanden, maar een tweede verlenging met nogmaals negen maanden was niet rechtsgeldig. Hierdoor had verweerder uiterlijk op 8 juni 2023 een besluit moeten nemen.
De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen deze termijn heeft beslist en dat eiser op 19 juni 2023 rechtsgeldig in gebreke is gesteld. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een eerste gehoor met eiser moet houden en binnen acht weken daarna, uiterlijk binnen zestien weken na de uitspraak, een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin het belang van een redelijke termijn en zorgvuldigheid in asielprocedures wordt benadrukt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zestien weken een besluit te nemen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.