Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 september 2021. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank constateert dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor beroep tegen niet tijdig beslissen.
Desondanks stelt de rechtbank vast dat een bestuurlijke dwangsom is verbeurd van €1.442 en legt zij een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 indien de staatssecretaris niet binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog beslist. De rechtbank houdt rekening met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden in de asielprocedure, maar stelt een redelijke termijn vast.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser ten bedrage van €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.