ECLI:NL:RBDHA:2023:14577
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep asielaanvraag ongegrond verklaard
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. De rechtbank heeft dit beroep op 5 juni 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend. Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld, dat op 28 augustus 2023 is behandeld, waarbij opposante en haar gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak uitsluitend of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep niet-ontvankelijk was. Opposante voerde aan dat er redelijke twijfel bestond over de uitkomst vanwege uiteenlopende rechtspraak over WBV 2022/22 en het ontbreken van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook stelde zij dat de situatie niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging van de beslistermijn volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Procedurerichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat de verschillen in rechtspraak en het ontbreken van een ABRvS-uitspraak niet leiden tot redelijke twijfel over het oordeel. Eerder is door deze zittingsplaats al geoordeeld dat de situatie van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000 zich voordeed. Bovendien heeft de staatssecretaris inmiddels een inwilligend besluit genomen op de asielaanvraag. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de buiten-zittinguitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op de asielaanvraag is ongegrond verklaard.