Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam] , opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft dit beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak alleen of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep buiten redelijke twijfel niet-ontvankelijk was. Opposant voerde aan dat er twijfel bestond vanwege verschillen in rechtspraak over WBV 2022/22 en het ontbreken van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelt dat deze argumenten onvoldoende zijn om het eerdere oordeel te betwijfelen. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000 aanwezig was. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de buiten-zittinguitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.