Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam] , opposant
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft dit beroep op 27 juni 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld, dat op 28 augustus 2023 is behandeld. Opposant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak uitsluitend of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep buiten redelijke twijfel niet-ontvankelijk was.
Opposant stelde dat er twijfel bestond over de uitkomst vanwege verschillen in rechtspraak over WBV 2022/22 en het ontbreken van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook voerde hij aan dat de situatie van een groot aantal asielaanvragen niet van toepassing was en dat de verlenging van de beslistermijn niet onder de genoemde gronden viel.
De rechtbank oordeelt dat deze argumenten geen aanleiding geven om het eerdere oordeel te herzien. Eerder is door deze zittingsplaats al geoordeeld dat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, Vreemdelingenwet 2000 van toepassing was. Bovendien heeft de staatssecretaris op 8 augustus 2023 een inwilligend besluit genomen op de asielaanvraag.
Het verzet wordt ongegrond verklaard, waardoor de buiten-zittinguitspraak in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op de asielaanvraag is ongegrond verklaard.