ECLI:NL:RBDHA:2023:14583
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep asielaanvraag op grond van WBV 2022/22 ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft dit beroep bij uitspraak van 5 juni 2023 niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend.
Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet ingesteld, stellende dat er redelijke twijfel bestaat over de toepassing van WBV 2022/22 en de beslistermijn, mede vanwege verschillende rechtspraak en het ontbreken van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelt dat het oordeel over de niet-ontvankelijkheid terecht is gegeven, mede omdat deze zittingsplaats eerder in een vergelijkbare zaak heeft geoordeeld dat de staatssecretaris aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000 werd voldaan.
Daarnaast is door de staatssecretaris een inwilligend besluit genomen op de asielaanvraag van opposant. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.