ECLI:NL:RBDHA:2023:14597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asiel wegens onvoldoende motivering risico nationale dienstplicht Eritrea
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank had eerder een eerdere afwijzing vernietigd wegens onduidelijkheden over identiteit en herkomst. In deze procedure is vastgesteld dat de identiteit geloofwaardig is, maar de herkomst en illegale uitreis niet aannemelijk zijn gemaakt. De rechtbank beoordeelt daarom alleen de vrees voor problemen vanwege de militaire dienstplicht.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de Eritrese autoriteiten eiseres niet het ontduiken van de militaire dienstplicht zullen toedichten. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiseres als vrouw met kind vrijgesteld is van de militaire dienstplicht, mede gelet op de intensivering van mobilisatie sinds de oorlog in Tigray en de willekeurige toepassing van vrijstellingen. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd dat eiseres niet in de civiele dienstplicht terechtkomt, waar zij wel de verplichte militaire training moet volgen, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren.
Verder is de civiele dienstplicht mogelijk aan te merken als dwangarbeid in de zin van artikel 4 EVRM Pro vanwege de onbepaalde duur en het gebrek aan keuzevrijheid. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat er geen flagrante schending van het verbod op dwangarbeid zal zijn. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de vrees voor besnijdenis van de dochter wordt beoordeeld. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €1.674.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.