ECLI:NL:RBDHA:2023:14609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van maatregel van bewaring vreemdeling met schadevergoeding
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, werd op 2 mei 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten op 11 september 2023.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 12 juli 2023 rechtmatig was, maar constateerde een termijnoverschrijding bij het sluiten van het vooronderzoek. Het onderzoek had uiterlijk op 7 september 2023 gesloten moeten zijn, maar dit gebeurde pas op 11 september 2023, waardoor het voortduren van de maatregel vanaf 8 september 2023 onrechtmatig werd.
Daarnaast stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de overdracht en uitzetting. De rechtbank volgde dit standpunt, omdat na het vertrekgesprek op 20 juli 2023 gedurende ruim vijf weken geen verdere uitzettingshandelingen waren verricht. Hierdoor was de maatregel vanaf 21 juli 2023 onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de maatregel en kende een schadevergoeding toe van €5.700 voor 57 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van €837 aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige voortzetting.