Eiser had sinds 21 januari 2020 een WIA-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39%, maar het UWV beëindigde deze per 17 januari 2022 omdat eiser volgens hen slechts 8,36% arbeidsongeschikt was. Eiser betwistte dit en voerde onder meer aan dat zijn prikkelverwerkingsstoornis en burn-out niet juist waren meegenomen, en verzocht om een deskundige op het gebied van autismespectrumstoornis.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, waarbij alle relevante klachten en beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijsten (FML) waren betrokken. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de medische situatie sinds het einde van de wachttijd op 10 februari 2017 was verslechterd.
Ook de arbeidsdeskundige B&B concludeerde dat eiser voor 91,64% arbeidsgeschikt was, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 8,36%. De rechtbank volgde het UWV en stelde vast dat niet was voldaan aan het vereiste van een toename van de beperkingen tot ten minste 35%. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de WIA-uitkering beëindigd.